Lopen
De evolutie heeft ervoor gezorgd dat je een lichaam hebt om lange duurlopen te maken. Kijk maar eens naar je lange benen de gewrichten en het hebben van weinig beharing om makkelijk je warmte kwijt te kunnen raken.
Dit argument geef ik de deelnemers ook mee die voor de eerste keer een runningtherapie traject komen volgen in Oldenzaal.
“Maar ik weet wel dat het lopen een gezonde bezigheid is maar ik heb het al eens geprobeerd en na een paar keer voelde ik overal pijntjes.” Krijg ik dan meestal als antwoord
De kunst is dan om een manier te vinden om de eerste 3 maanden goed door te komen, en om in die tijd een goede conditie, sterkere pezen, banden en spieren te ontwikkelen en vooral een nieuwe gewoonte.
Er bestaat ook een looptechniek waarmee je met weinig kans op pijn en blessures kunt leren (hard)lopen. Deze looptechniek wordt natural running of chi running genoemd. Hierbij staan plezier in het bewegen en gezondheid op de eerste plaats. Deze looptechniek met aandacht aanleren staat ook centraal bij onze runningtherapie.

De supercompensatie
Onafhankelijk van het beginniveau kunnen we gebruik maken van de natuurlijke eigenschap van ons lichaam om na een trainingsimpuls zich te herstellen boven het oorspronkelijke uitgangsniveau. Wat hierbij belangrijk is dat we steeds na elke training voldoende rust nemen om dit ook daadwerkelijk te laten plaatsvinden.
Aan de andere kant als je te weinig traint dan bouw je niet op. Een werkbare eerste richtlijn is om na een training een rustdag te nemen en gedurende deze rustdag vind dan de supercompensatie plaats. Zo kom je aan een richtlijn om 3 keer per week te gaan trainen.

De rol van je ademhaling
Zoals in de blog genoeg ademen is uitgelegd kun je ook met een goede ademhaling je herstel bevorderen. Een eenvoudige richtlijn hierbij is dat je langer uitademt dan inademt.

Experimenteer
Voor ieder mens bestaan er afhankelijk van het beginniveau veel verschillende schema’s. Dit zijn gemiddelde schema’s die doorgaans best goed werken. Echter de ervaring leert dat mensen eerder de neiging hebben om te veel te trainen dan te weinig.
Een mooie maat om voor jezelf te kunnen bepalen of je opbouwend bezig bent of juist dreigt overtraind te raken is je rusthartslag.
Als je elke morgen even je rusthartslag meet, en dat kan eenvoudig door gedurende 1 minuut je hartslag te tellen, en dit dan vervolgens in je agenda te noteren.
Als nu je rusthartslag daalt dan bouw je op, stijgt deze dan is het wenselijk om een extra rustdag in te lassen.
Zo maak je een aanpak die op maat voor jou op dat moment het beste is.

“Te veel en te weinig is minder dan genoeg.”
Succes! En veel plezier en ontspanning tijdens het bewegen.

Om van het genoeg bewegen een nieuwe goede gewoonte te maken kan het samen lopen in een groep je behulpzaam zijn onder begeleiding van een ervaren trainer.